Gedachten van 2 ouders naar aanleiding van het themanummer Onderwijs van Rekto:Verso.
Tekst: Line Mertens
Illustraties: Enrica Camporesi
E: Shit.
L: Wat?
E: Ik heb luizen, denk ik.
- Voor alle leraars – ik geloof.
Ik geloof dat het zinvol en belangrijk is om te leren.
Ik heb al vele zaken met veel plezier geleerd en geloof dat het – platweg – goed is om die dingen die we leerden en die voor ons belang hebben, door te geven op een manier waarop ze ook voor anderen belang kunnen hebben. Van weinig zaken krijg ik het zo warm vanbinnen als van een geslaagde onderwijsopdracht. En aan weinig mensen denk ik met zoveel liefde terug als aan de leerkrachten die mij zo’n lessen gaven.
Ik geloof in de waarde van alle kinderen als volwaardige mensen en bij uitbreiding in de waarde van alle mensen – die op zijn minst ooit kind waren.
Ik geloof dat iedereen kan leren. (Jeuj!)
Maar – ik geloof ook dat ons onderwijssysteem mij dat niet heeft geleerd.
Van bij de schoolpoort kijk ik nu graag naar vanalles in de erkenning dat onderwijs vanalles aanraakt.

“Alles opdelen maakt ons onwetend. Onderwijs is erop gebaseerd de realiteit op te delen. Je weet wel – in compartimenten. Ze verdelen ons hoofd. [Ze wijst naar haar hoofd, de compartimenten] Hier stop je religie, en hier stop je gender, hier geschiedenis en hier geneeskunde. En zo kennen we uiteindelijk niks.” – Nawal El Saadawi
2. Over de verbeelding, de mogelijkheden van het woord – en ‘ik’
Wie gelooft dat school productief en nuttig moet zijn, of dat kunst alleen een hefboom voor wat anders is (voor taal – of mentaal welzijn, zodat iedereen netjes in de klas blijft), doet tekort aan wat school en kunst kunnen zijn. En daarmee doet die dan ook tekort aan wat we zelf kunnen zijn.
Ik leg uit wat ik bedoel, en het begint met nog een citaat. Van Gianni Rodari deze keer, een leraar-kunstenaar.
Alle mogelijkheden van het woord moeten voor iedereen beschikbaar zijn’ lijkt mij een mooi motto met een helder democratisch geluid. Niet omdat wij allemaal kunstenaars zouden moeten zijn maar om ervoor te zorgen dat niemand een slaaf is.

En dan denk ik aan het woord ‘ik’
bij het begin van het eerste leerjaar
opgeschreven op een bord,
met die twee letters
maken we een woord.
En hoe belangrijk het is
om die ‘ik’ ook gaandeweg zelf in te kunnen vullen
in al haar lagen en mogelijkheden
en dat ik zou willen
dat een school die mogelijkheden
zo veel mogelijk openhoudt en verbreedt.
En dan het gesprek op een ouderavond
in het buitengewoon onderwijs
waar de school ons uitlegt dat hun eerste doel
werken aan welzijn is
‘je moet begrijpen dat de meeste kinderen
die hier terecht komen,
een diep gevoel van falen meedragen’
over kinderen tussen 6 en 10.
En dan alle kinderen die naar de B-stroom
worden verwezen omdat ze de A-stroom niet aankunnen
die keer op keer terloops worden beschreven
als ‘zwakke leerlingen‘
tweederangs, zes jaar lang.
Die dat meedragen
in hun groei
en aan de 15-jarige uit de B-stroom
aan wie ik lessen Engels gaf
die aan de titularis vroeg:
‘En als ik dit niet goed doe,
waar gaan jullie mij dan nog naartoe sturen?’
Ik denk aan alle kinderen in de A-stroom
die geen kinderen uit de B-stroom kennen
maar toch op hen neer kijken
en leren dat dat rechtvaardig is.
Die dat meedragen
in hun groei,
die leren dat ze recht hebben op hun positie
met de inherente angst
dat ze die ook kunnen verliezen
− respect is voorwaardelijk.
‘Ik zit tenminste niet in de B-stroom.’

En dan denk ik
dat we moeten kijken
naar de manieren waarop ‘ik’
als klein woord met onpeilbare lagen
zoveel mogelijkheden verliest
in ons onderwijs
en ook heeft verloren
in onze generatie, en die daarvoor
en die daarvoor en die daarvoor.
#oliedommestaat, zo schreef Ruth Lasters samen met leerlingen uit het deeltijds beroepsonderwijs in het gedicht Losgeld:
‘Olie-, oliedomme staat die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!’
https://ruthlasters.com/gedicht-losgeld/
#extremesegregatieinvlaamsonderwijs, daarover bestaat onderzoek
over sociale ongelijkheid in onze scholen — HIVA
Ik las het boek ‘As We Have Always Done’, van Leanne Betasamosake Simpson. De ondertitel is: ‘Indigenous Freedom Through Radical Resistance’. Ik vond dat een prachtig boek, met heel veel eenvoudige inzichten die hoopgevend zijn, ook al lijkt het mij duidelijk dat die hoop zit verstrengeld met het erkennen van verlies en geweld.
Helemaal in het begin van het boek gaat het over wat het voor haar betekent
om “vrijheid te leven”. En ze schrijft:
Ik wil dat mijn achter-kleinkinderen verliefd kunnen worden op elk stuk van ons grondgebied. Ik wil dat hun lichaam elk verhaal meedraagt, elk lied, elk gedicht verstopt in onze Nishnaabeg taal. Ik wil dat ze door hun leven kunnen dansen met vreugde. Ik wil dat ze kunnen leven zonder angst omdat ze respect kennen, omdat ze in hun botten weten hoe respect voelt.
Ik vond dat mooi en ook moeilijk, want ik dacht: dat wil ik ook en ik voelde hoe ver dat ook van mijn dagelijkse realiteit en de realiteit van mijn kinderen verwijderd is. En hoe moeilijk het is om daarover te spreken, laat staan in een leraarskamer of op een klassenraad – ho, ho, vreugde en dansen! zullen we al eens beginnen met ‘dt’?
In het citaat van Simpson, werd ik het meest geraakt door het idee dat je kan groot worden en respect meedragen tot in je botten. En hoewel ik het mij kan voorstellen wat dat moet zijn, kan ik niet zeggen dat ik het helemaal ken als gevoel. Want respect en privilege of respect en succes zijn niet hetzelfde, al hangen ze hier vaak samen, voorwaardelijk. Pas respect bij privilege. Of pas respect bij succes. Wat volgens mij niet echt respect is. Ik had zelf van de kleuterklas tot aan het einde van het middelbaar een ‘succesvolle’ schoolloopbaan, maar wist heel goed dat die waardering van het schoolsysteem niet samenhing met ‘mij’ als persoon, maar wel met de prestaties die ik voorlegde. En ik wist dat er gedrag was waarmee je respect kon verliezen. Ik hield ook van mensen die respect waren verloren. Respect was niet iets wat je meedroeg tot in je botten, maar altijd tijdelijk, altijd voorwaardelijk. Ook dat draag je mee.

3. De crisis en de bus
The tradition of the oppressed teaches us that the ‘state of emergency’ in which we live is not the exception but the rule. – Walter Benjamin
Hier komt een metafoor.
van het onderwijs als voertuig
een bus
#sorryaandebuschauffeur
#lofendankaanhetopenbaarvervoer
#tegensocialeafbraak
– maar dat even terzijde.
Voor de staat is het belangrijk
dat de perceptie bestaat
dat die bus
blijft rijden,
en voortgaat.
Niet te veel wachten bij haltes,
niet achterom kijken.
Nu de bus geregeld aan de kant staat
door pannes van verouderde onderdelen
een slecht wegdek
of – crucialer –
een gebrek aan chauffeur,
is er crisis.
Voor vele mensen
bestond die crisis al,
alleen zaten ze niet op de bus
maar waren ze eronder gegooid
zodat de perceptie bestaat
dat er niets mis is met die bus,
maar dat ze lekker bolt.

L: Is dat onze tekening?
E: Ja.
L: Beetje cru, nee?
E: Zo heb je het geschreven. Onder de bus gooien.
L: Was dat te cru, dat gooien?
E: Misschien vergeten? Achtergelaten.
L: Nee, dat vind ik te passief.
E: Maar, wie gooit er?
L: Tja.
E: [rolt met ogen] Het systeem?
L: Ja, ik denk het wel.
E: Pff. Ben dat een beetje beu.
L: Of ja, verschillende mensen samen die in dat systeem gevangen lijken. En ze willen niet per se gooien. Maar ik denk dat ze dat dan – allemaal samen, toch vaak – eh – doen. Mensen zijn ook binnen hun werk en leven niet vrij,
maar gebonden aan institutionele vereisten.
Ik gaf Engels aan de klas die niet goed Engels kon – basisniveau – en ik bleef maar hameren op “proberen”. “Komaan, je kan het!” Ik wou werken aan een soort zelfvertrouwen zodat ze zich zouden kunnen uitdrukken, al was de grammatica gebrekkig. Maar dan gaf ik hen in diezelfde week wel een grammaticatoets en een 4/10.
E: Of soms is de bus ook gewoon te zwaar…
L: Het moet voor de juf ook haalbaar zijn?
E: Ja. Fuck, ik ken zo veel mensen die echt betrokken zijn – maar die hebben ook grenzen.
L: Ja, maar dat is het – denk ik. Dat dat dus niet het kader mag zijn. Als de bus te zwaar is, dan betekent dat in feite dat er te weinig mensen bij de bus betrokken zijn, of dat er te weinig aandacht is voor de infrastructuur waardoor die fucking bus zich een weg aan het banen is. En dat is wreed in twee richtingen. Aan de ene kant zijn er specifieke kinderen die als ballast worden aangeduid en door de school opgegeven. En aan de andere kant worden diegenen die binnen het onderwijssysteem dicht bij die kinderen staan
– de betrokken leerkrachten – degenen die die uitsluiting moeten uitvoeren. Dat is wreed. En systemisch, dat los je niet op met betere mensen.
Op geen enkel niveau. Zelfs niet de minister.
E: Ik heb daar niet bij stilgestaan.
L: Mja. Wie wordt uitgesloten is weg.
En daarmee ook het dagelijkse contact, de verbinding.
Dus dan is het ook moeilijk om daarbij stil te staan, denk ik.
E: Hm.
L: Ik zal nog eens nadenken over die bus. Blijft een beetje… Tja.
E: Akkoord.
4. Flip Flap – Over Verantwoording

De leerling kan ter verantwoording bij de leerkracht worden geroepen.
De leerkracht kan ter verantwoording bij de directie worden geroepen.
De directie kan ter verantwoording bij de raad van bestuur worden geroepen.
De school moet zich verantwoorden tegenover de inspectie, die werkt in opdracht van de overheid.
En hoewel de leerkracht ook een coach kan zijn
en de directie wil samenwerken met hun team
en de inspectie een helpende hand uitreikt
blijft dat neerwaartse krachtveld bestaan – en dat is een probleem.
De relaties waarbinnen wij lesgeven zijn geen relaties tussen gelijken. Voor ons betekent dat: dat wie meer macht heeft, ook meer verantwoordelijkheid draagt.

Daarom stellen wij voor: flip flap.
Wat als de overheid ervoor verantwoordelijk is dat een school kan werken en zich moet verantwoorden bij scholen (in de eerste plaats) en burgers wanneer dit niet lukt.
De school is dan verantwoordelijk voor het creëren van de voorwaarden waarin de leraar naar voldoening kan lesgeven.
In samenwerking met de leerkracht is de school ervoor verantwoordelijk dat leerlingen zich op school kunnen ontplooien – wat welzijn en de mogelijkheid tot kennis vergaren in zich draagt. Daarvoor moet ze zich verantwoorden bij de leerling zelf en eventuele vertegenwoordigers.

E: We hebben het dan niet over een klant-aanbieder relatie.
Ugh.
L: We hebben het ook niet over extra tevredenheidsformulieren met sterrenbeoordelingen voor de pakjesbezorger, die op basis daarvan ook ontslagen kan worden.
Ugh.
We hebben het niet over verantwoordelijkheid als indekken of als verdedigen, als afvinken. Die invulling van ‘verantwoordelijkheid’ is een verlies van zoveel mogelijkheden. We hebben het over verantwoordelijkheid als een relatie, als een duurzaam engagement.
In het voorgaande deel hadden we het over mensen die door de bus worden achtergelaten. Als concreet voorbeeld kunnen we ons dan voorstellen wat het betekent als de school op het punt van uitsluiting de zaak niet heeft “afgerond”. Wat betekent het als een school mee verantwoordelijk blijft, ook wanneer ze een kind doorstuurt naar een andere school – of naar nergens. Een cruciale onderwijstaak – in de vorm van een levend kind (zo’n mens met een klein lijfje) – is immers mislukt. Wat betekent het wanneer de minister, de regering, ook voor dat kind verantwoordelijk blijft?

We willen graag de analyse opentrekken. Van: “het is triestig, maar dat is nu eenmaal de realiteit” naar: hoe kunnen we “de realiteit” veranderen zodat ze niet meer triestig is? En, hoe kunnen we, wat triestig was en is, zo goed mogelijk herstellen?
E: Goed gezegd.
L: Bedankt. Akkoord?
E: Ja. Maar, nog over die bus –
L: Ja?
E: ‘Achtergelaten’ is beter, denk ik, dan onder de bus gegooid.
Want het houdt de mogelijkheid open dat wie achtergelaten wordt,
ook iets opbouwt, wat vaak gebeurt.
L: Akkoord. Al lijkt er mij systemisch een opofferingslogica in te zitten.
Overboord gegooid?
E: Beter, denk ik.
L: Beter.
[L snuit neus, rochel kuch toeter]
E: Verkouden?
L: Ja… Schooljaar is twee weken bezig. Nog luizen?
E: Niet helemaal zeker. Straks nog eens kammen.

Waar we op konden bouwen – a.k.a. referenties:
Dit schoolpoortsgesprek bouwt, zoals alles, verder op de woorden van anderen. We zijn dankbaar voor het werk van:
Nawal El Saadawi (1931-2020, Egypte, V.S., Egypte)
Egyptisch auteur, arts, feminist, activist en onderwijzer. Deze quote komt niet uit een van haar vele boeken, maar uit een interview dat je momenteel [24/09/2025] op Youtube kan bekijken. Het is een interview met Channel 4, met de titel: “Nawal El Saadawi on feminism, fiction and the illusion of democracy.”
Gianni Rodari (1920-1980, Italië)
Uit “Grammatica van de Fantasie: introductie in de kunst van het verhalen verzinnen”, een boek waarin Rodari vertelt over zijn ervaringen als journalist, leerkracht, of als kunstenaar die met en voor kinderen en leerkrachten werkt. En daarbij tig voorbeelden geeft van hoe we onze verbeelding kunnen oefenen, met veel plezier. Het is een boek dat in de jaren ‘70 werd geschreven in Italië, na leservaringen in Reggio Emilia. Die locatie en tijd zijn belangrijk. In 2022 kwam een Nederlandse vertaling uit (uitgeverij Tutti). Het gebruikte citaat staat op p. 17.
Leanne Betasamosake Simpson (°1971, Canada/Ojibwe First Nation)
Het gebruikte citaat kan je vinden in ‘As We Have Always Done’ (2020) op p. 7-8.
Walter Benjamin (1892-1940, Duitsland – Frankrijk)
citaat uit “The Concept of History, VIII”
Ruth Lasters i.s.m. leerlingen uit het deeltijds beroepsonderwijs
‘Losgeld’, https://ruthlasters.com/gedicht-losgeld/
De openingsverzen:
Olie, oliedomme staat die leerlingen vanaf twaalf jaar
nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!
Het gedicht werd door de stad Antwerpen geweigerd als stadsgedicht, waarna Ruth Lasters zich terugtrok als stadsdichter.
HIVA – Ides Nicaise, emeritushoogleraar aan de KU Leuven in sociaal beleid, met focus op onderwijs, arbeidsmarkt(beleid) en sociale inclusie.Hier een korte artikel over het onderwijssysteem in Vlaanderen, dat lijdt aan “diverse vormen van extreme segregatie”
De sociale ongelijkheid zit ingemetst in de muren van onze scholen — HIVA
(laatst geraadpleegd op 30/09/2025)
Ruth Wilson Gilmore (V.S., 1950)
De metafoor van de bus bouwt verder op een kritisch inzicht over hoe onderwijs georganiseerd wordt en doorheen de tijd anders wordt vormgegeven door beleid en geldstromen. Wat relevant is, is hoe een logica dominant wordt die mensen overboord gooit. Waarbij mensen beschouwd worden als “surplus-populatie”, niet relevant voor de kern van de zaak en zo beleidsmatig (en letterlijk) kwetsbaar worden gemaakt. Daarnaast is Ruth Wilson Gilmores werk een aansporing om preciezer na te denken over hoe structuren (staat-overheid-ministerie voor onderwijs) op mekaar inwerken en beïnvloed worden door politieke ideeën (neoliberalisme vinden wij zelf een bijzonder arme verbeelding van de wereld).
Voor de illustraties halen wij inspiratie uit veel school-ouders-flyertjes,
baseerden we ons op de picto’s van sclera.be
en het artistiek werk van Laure Smolders (°1987, Brussel).

Wij zijn ook dankbaar voor de ideeën van bell hooks (‘teaching to transgress’) en Chiara Guidi (1 – Il potere analogico della bellezza. 2 – Il potere analfabetico della fantasia. 3 – Il potere anacronistico dell’anima), die niet rechtstreeks werden vermeld in het artikel, maar wel een zacht en solide fundament legden voor ons denken rond onderwijs en onze eigen lespraktijk.